NL
FR

Vraagbaak

Algemeen

Budgettair aspect

Opdrachten en statuut van het personeel

Aanwervingsysteem

Opleiding

Materieel, infrastructuren en technische normen

Inspectie


Algemeen

 Waarom een hervorming en waartoe dient de hervorming?

De hervorming van de Civiele Veiligheid betreft de hulpdiensten (namelijk de brandweer en de agenten van de operationele eenheden van de Civiele Bescherming). Het gaat dus om niet-politionele veiligheid.

Deze hervorming vormt een prioriteit op de agenda van de Minister van Binnenlandse Zaken en zijn administratie en strekt ertoe:

  • de hulpverlening aan de bevolking optimaal te reorganiseren;
  • de veiligheid van de burgers en het personeel op het terrein te vergroten;
  • een beter werkkader te bieden aan de leden van de hulpdiensten (opleiding, materieel, werkprocedures, …).

Daarnaast zal de hervorming van de Civiele Veiligheid de weg vrijmaken voor:

  • een budgettaire optimalisering voor iedereen;
  • een herwaardering van het administratief en geldelijk statuut van de beroeps- en vrijwillige brandweermannen;
  • geprofessionaliseerde diensten inzake Civiele Veiligheid voor snelle en optimale interventies.

top

Is er momenteel voldoende veiligheid?

De hulpdiensten hebben als opdracht uw dagelijkse veiligheid te verzekeren. De hervorming strekt ertoe de hulpdiensten te reorganiseren teneinde het veiligheidsniveau te verhogen.

top

Wat betekent het principe van de snelste adequate hulp?

Momenteel mag enkel de territoriaal bevoegde brandweerdienst interveniëren. Zodra de hervorming gerealiseerd is, zal het principe van de snelste adequate hulp van toepassing zijn. Dat betekent dat de brandweerdienst die het snelst op de plaats van een schadegeval komt, zal interveniëren. Dit principe garandeert dat u zo snel mogelijk geholpen wordt. De u aangeboden hulp zal dus de snelste zijn en bijgevolg zal u genieten van een vergrote veiligheid. 

Bovendien versterkt dat principe de samenwerking tussen operationele diensten, wat betekent dat de dichtstbijzijnde posten ter versterking kan worden opgeroepen op de plaats van een schadegeval.

top

Wie voert de hervorming uit?

De hervorming wordt enerzijds uitgevoerd door de stuurgroep en anderzijds door de werkgroepen.

De Minister heeft de sturing van de hervorming toevertrouwd aan de Voorzitster van het Directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken, Mevrouw Monique De Knop. Teneinde een optimale visie van de huidige situatie en van de te volgen richting te krijgen, heeft zij zich laten omringen door verschillende deskundigen van de administratie en door mensen van het terrein.

Niet onbelangrijk is dat ook vertegenwoordigers van de Vereniging van Steden en Gemeenten in de stuurgroep zetelen en rechtstreeks bij de verschillende werkstructuren betrokken werden. Hun aanwezigheid toont aan, indien dat nog nodig mocht zijn, dat de Minister en de Voorzitster van de FOD Binnenlandse Zaken willen dat alle betrokken actoren aan die hervorming deelnemen.

De werkgroepen bestaan uit deskundigen afkomstig uit verschillende milieus (administratie, mensen van het terrein, vertegenwoordigers van de brandweerfederaties en van de eenheden van de Civiele Bescherming, Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, Union des Villes et Communes de Wallonie, enz.). Zij bestuderen en analyseren technische en specifieke vragen. Daarna stellen zij verslagen op en formuleren zij adviezen aan de stuurgroep zodat die laatste met kennis van zaken beslissingen kan nemen.

Momenteel zijn er 8 werkgroepen (WG). Elke werkgroep is belast met de uitvoering van één welbepaald aspect van de hervorming:

  • WG 1 – Statuut: Deze werkgroep ontwikkelt de koninklijke besluiten betreffende de werkomstandigheden van het personeel van de toekomstige hulpverleningszones: minimaal kader; administratief en geldelijk statuut; overeenkomst die afgesloten moet worden tussen de zone en de werkgever wat de beschikbaarheid van de vrijwillige brandweerman betreft; functieprofiel, selectie en evaluatie van de zonecommandant. Binnen deze werkgroep zal eveneens een voorontwerp van wet tot regeling van de pensioenen van het zonepersoneel opgesteld worden.
  • WG 2 – Dispatching: Deze werkgroep ontwikkelt een federaal administratief en geldelijk statuut voor het huidige gemeentepersoneel van de centrales 100-112. Zij zal ook een koninklijk besluit betreffende een autonome dispatching van de brandweerdiensten voorbereiden: het centrum 100-112 neemt een sleutelpositie in binnen de organisatie van de door de brandweerdiensten verleende hulp, met name wat de toepassing van het principe van de snelste adequate hulp betreft. Een hervorming van de werkingsstructuur is derhalve ook nodig.
  • WG 3 – Financiering: Deze werkgroep is belast met alle financiële en budgettaire kwesties. Zij ontwikkelt met name de koninklijke besluiten betreffende de dotaties van de gemeentes en de federale dotatie aan de hulpverleningszones, alsook de koninklijke besluiten betreffende de regels voor het financiële beheer van de zones.
  • WG 4 – Technische aspecten: Deze werkgroep stelt een koninklijk besluit op met de typologie van de verschillende interventies, evenals de nodige (minimale) middelen en het nodige personeel voor elk interventietype. De centra 100-112 zullen dat koninklijk besluit dus toepassen om de eerste uitruk per interventie vast te leggen, teneinde te komen tot de snelste adequate hulp.
  • WG 5 – Inspectie: Deze groep bepaalt de oprichtings- en werkingsmodaliteiten (opdrachten, methodologie, organisatie en budget) van de Algemene Inspectie van de operationele diensten van de Civiele Veiligheid. De inspectie strekt ertoe de operationele diensten van de Civiele Veiligheid (brandweer en Civiele Bescherming) te controleren. Haar werk zal grotendeels bestaan uit het controleren van de toepassing van de wet en de reglementen en het formuleren van adviezen en suggesties teneinde de organisatie en de werking van de hulpdiensten te verbeteren. De inspectie hangt rechtstreeks af van de Minister van Binnenlandse Zaken, waardoor zij de nodige onafhankelijkheid heeft bij de uitoefening van haar opdrachten.
  • WG 6 – Communicatie: Deze groep staat in voor de communicatie rond de hervorming door de ontwikkeling van een communicatieplan en communicatieacties (website, nieuwsbrief, informatiesessie, …).
  • WG 7 – Geïntegreerde Civiele Veiligheid: Deze groep onderzoekt de mogelijkheden op termijn een geïntegreerd platform inzake Civiele Veiligheid te ontwikkelen, op nationaal en internationaal niveau. Door te zoeken naar samenwerkingsverbanden en complementariteit bij de uitoefening van de opdrachten en bij het gebruik van de middelen van de 2 operationele takken van de Civiele Veiligheid, namelijk de brandweer enerzijds en de eenheden van de Civiele Bescherming anderzijds, beoogt men een gemeenschappelijke taal en een efficiënt gemeenschappelijk werk van de diensten op het terrein.
  • WG 8 - Brussel: De Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (DBDMH) werd opgericht onder de vorm van een instelling die afhangt van het Gewest. Rekening houdend met het bijzondere statuut van Brussel, werd een werkgroep opgericht om een goede samenwerking tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de federale Staat te garanderen, opdat de nieuwe regelgeving eveneens toegepast zou kunnen worden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

top

Wat zijn de grote stappen van de hervorming en hoelang gaan de werkzaamheden duren rote stappen?

De hervorming van de Civiele Veiligheid omvat 2 grote fases:

  1. Tijdens de 1ste fase zullen de 7 uitvoeringsbesluiten opgesteld worden die het belangrijkst zijn vanwege hun inhoud (brandweerstatuut, financieringswijze, dispatching, algemene inspectie, technische aspecten, enz.).
  2. In de 2de fase zullen de uitvoeringsbesluiten die essentieel zijn voor de werking en de optimalisering van de hulpdiensten, goedgekeurd worden.

Het merendeel van de werkzaamheden zal in de loop van 2009 verwezenlijkt worden. De minder dringende maatregelen zullen later volgen.

Een dergelijke hervorming is een onderneming van lange adem, die betrekking heeft op 250 brandweerdiensten verdeeld over het hele grondgebied. Bovendien moeten er wetteksten opgesteld en bekendgemaakt worden en daarvoor moet men bepaalde procedures respecteren die helaas niet ingekort kunnen worden.

Voor de Minister van Binnenlandse Zaken is die hervorming echter prioritair en moeten alle nodige middelen voor haar verwezenlijking gemobiliseerd worden. De verschillende actoren die aan de hervorming gaan meewerken, zullen dus hun uiterste best doen om de vooropgestelde doeleinden zo snel mogelijk te bereiken.

Een recente wetswijziging staat de Koning bovendien toe de datum van inwerkingtreding van een aantal bepalingen vast te leggen. Op die manier kan men kostbare tijd winnen bij de uitvoering van de hervorming.

top

Waarvoor dienen de hulpverleningszones?

Het Koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones (Pdf 87 Ko - 04-2012) verdeelt België in 34 hulpverleningszones. Die zones vormen de organisatiestructuur van de toekomstige brandweerdiensten. Elke zone beheert een bepaald aantal hulpverleningsposten.

De posten vormen onderling een netwerk op nationaal niveau. De zonegrens zal dus geen obstakel vormen voor de interventies en voor de samenwerking met andere posten die op de plaats van een schadegeval ter versterking opgeroepen kunnen worden.

De bekendmaking van dit koninklijk besluit is van kapitaal belang, aangezien het betekent dat de organisatie van de brandweerdiensten zal overgaan van een gemeentesysteem naar een zonesysteem. 

Die geografische opsplitsing werd doorgevoerd door raadgevende comités waar de plaatselijke overheden vertegenwoordigd waren en bij de besprekingen werden betrokken. 

top

Wat is de rol van het raadgevend comité van de zones?

Het raadgevend comité van de zones strekt ertoe aan de Koning een geografie van de hulpverleningszones in België voor te stellen.

De wet voorziet twee consultatieniveaus:

  • Het provinciaal niveau: Het provinciaal raadgevend comité wordt voorgezeten door de Gouverneur. Dat comité verenigt de Burgemeesters van alle zonegemeentes en moet een éénvormig advies uitbrengen (d.w.z. wat de vorm betreft, op dezelfde wijze geformuleerd en voorgelegd).
  • Het nationaal niveau: Het nationaal raadgevend comité wordt voorgezeten door de Gouverneur met de grootste anciënniteit. Dat comité verenigt de Gouverneurs,  de “UVCW”, de VVSG, een delegatie van het federaal Parlement en vertegenwoordigers van de federaties. Het moet de op provinciaal niveau uitgebrachte adviezen verzamelen en aan de Koning een voorstel doen voor de geografische indeling van de hulpverleningszones in België.

Er is tevens een streefdatum voorzien: zodra het koninklijk besluit tot oprichting van de raadgevende comités in werking treedt, hebben de verschillende comités 135 dagen om een ontwerp aan de Koning voor te leggen. De termijn werd opzettelijk zeer kort gehouden om zo voorrang te geven aan het operationele aspect, ten voordele van de veiligheid van de burgers. Daartoe voorziet de wet duidelijke en eenvoudige procedures die toegepast moeten worden om blokkeringen te vermijden. Er zijn eveneens mechanismen ter bescherming van de minderheden voorzien.

Het Koninklijk besluit tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones (Pdf 87 Ko - 04-2012) werd bekendgemaakt op 17 februari 2009.

top


Budgettair aspect

Wie gaat deze hervorming betalen?

Momenteel wordt de analyse van de budgettaire kosten bestudeerd. Wat het financiële luik betreft, is de wet evenwel zeer duidelijk: de federale Staat zal op termijn 50% van de kosten van de brandweer op zich nemen. Bovendien zullen alle meerkosten i.v.m. de hervorming ook door de federale Staat gedragen worden. Dit werd overigens bevestigd in de regeringsverklaring.

Daarnaast is de hervorming gebaseerd op het principe van economische schaalvoordelen en rationalisering van de middelen (inzake personeel, materieel en budget) ten gunste van iedereen.  Daardoor zouden de financiële kosten beperkt moeten kunnen blijven. Dat verandert evenwel niks aan het feit dat de Staat op termijn zijn financiële verantwoordelijkheid in dat dossier zal opnemen.

top


Opdrachten en statuut van het personeel

Het statuut en het salaris van de brandweermannen?

De kwestie van het statuut van het personeel van de hulpdiensten vormt een belangrijk thema voor een welbepaalde werkgroep. Talrijke deskundigen (soms afkomstig van andere FOD’s, zoals Pensioenen of Openbaar Ambt bijvoorbeeld) bestuderen de verschillende kwesties i.v.m. het statuut teneinde de brandweer flexibele en interessante situaties voor te stellen met het oog op dynamische en moderne loopbaanmogelijkheden. Het staat bovendien als een paal boven water dat de beroepen van de Civiele Veiligheid dankzij de hervorming gevaloriseerd zullen worden.

top

Zal het systeem van de vrijwillige brandweer behouden blijven?

Het systeem van de vrijwillige brandweer zal na de hervorming behouden blijven en zal gelijktijdig blijven bestaan met het systeem van de beroepsbrandweer.

Over de kwestie van de vrijwilligers zal hoe dan ook binnen de verschillende werkgroepen nagedacht worden. Het is zeer goed mogelijk dat de huidige situatie zal veranderen, met name wat het statuut betreft, om de vrijwilligers een passende juridische positie (sociale rechten, premies, loon…) te geven.

top

Gaan de opdrachten van de brandweer veranderen?

Normaal gezien zullen de opdrachten van de brandweer niet gewijzigd worden. Het is evenwel mogelijk dat er in de loop van de hervormingswerkzaamheden nieuwe opdrachten bijkomen. Het is dus niet uitgesloten dat de context van de opdrachten van de brandweer opnieuw gedefinieerd wordt teneinde de kwaliteit en de doeltreffendheid van de hulp te verbeteren.

top

Zullen de ziekenwagens van de brandweerdiensten behouden blijven?

De dringende medische hulp blijft een opdracht voor de brandweer.

top

Is het waar dat de brandweer deel gaat uitmaken van een «dienst van de Civiele Veiligheid», met inbegrip van de eenheden van de Civiele Bescherming?

De operationele diensten van de Civiele Veiligheid (benaming uit de wet) worden opgesplitst in 2 onderdelen: de brandweer enerzijds en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming anderzijds. Het gaat om 2 afzonderlijke korpsen met specifieke opdrachten. Hoewel het echter niet uitgesloten is dat er tussen die 2 korpsen samenwerkingsverbanden ontwikkeld worden, is er zeker geen sprake van een integratie of fusie van de brandweerdiensten met de eenheden van de Civiele Bescherming.

top

Wat zal er gebeuren met de operationele eenheden van de Civiele Bescherming?

De wet erkent en behoudt het bestaan van de operationele eenheden van de Civiele Bescherming. Zij vormen voor de federale overheid een instrument om hulp te bieden aan de bevolking. Hoewel er momenteel nog niks besloten werd omtrent de operationele eenheden van de Civiele Bescherming, is het niet ondenkbaar dat hun opdrachten opnieuw gedefinieerd worden. Die mogelijkheid staat evenwel nog niet op de agenda van de stuurgroep.

top


Aanwervingsysteem

Gaat men meer brandweermannen aanwerven?

Deze kwestie moet parallel onderzocht worden met de afbakening van de hulpverleningszones. Zodra de zones afgebakend zijn, zal er immers in elke zone een risicoanalyse uitgevoerd worden. Het basiskader zal dan voor elke zone aangepast worden naargelang die analyse.

top

Zullen de aanwervingcriteria gewijzigd worden? Indien ja, wat zal er gewijzigd worden?

Deze kwestie wordt momenteel bestudeerd. Het is dus zeker mogelijk dat de huidige situatie zal veranderen.

top


Opleiding

Zal het accent gelegd worden op de opleiding?

De opleiding, en in het bijzonder de voortgezette opleiding, vormt een essentieel element van de hervorming. Die wens van de wetgever om de opleiding te accentueren, zal vertaald worden in verschillende wetteksten die momenteel voorbereid worden. Het is de bedoeling van de wetgever de competentie en de expertise van de hulpdiensten te garanderen.

Men moet weten dat de opleiding een tak is van het statuut. Talrijke deskundigen buigen zich momenteel over de kwestie. Hoewel het nog voorbarig is dat onderwerp nu te bespreken, kunnen we toch al zeggen dat er een “masterplan” ontwikkeld is, een soort van verplicht opleidingsparcours van de basis naar de top met het oog op een welbepaald niveau van expertise en een éénvormige opleiding van de hulpdiensten. Met andere woorden, alle brandweermannen zullen hetzelfde opleidingsniveau hebben en naarmate zij in hun loopbaan evolueren, zullen ze de opleidingen vermeld in het plan moeten volgen. Dat systeem garandeert dus een éénvormige kennisverwerving. In werkelijkheid zullen een brandweerman uit Aarlen en een brandweerman uit Oostende hetzelfde niveau van basiskennis hebben. Specifieke opleidingen, gekoppeld aan de risico’s eigen aan de zone, zullen deze basisopleiding aanvullen. Dit betreft zowel het beroeps- als het vrijwillig personeel.

top

Zullen er bijkomende opleidingen voorzien worden? Indien ja, welke?

Talrijke deskundigen en mensen van het terrein (brandweer, operationele eenheden van de Civiele Bescherming…) buigen zich momenteel over de kwestie. We kunnen momenteel al bevestigen dat de opleiding, en meer in het bijzonder de voortgezette opleiding, voor de wetgever een prioriteit vormt.

top


Materieel, infrastructuren en technische normen

Is er meer geld voorzien voor de aankoop en de renovatie van het materieel?

De hervorming strekt ertoe de middelen die momenteel beschikbaar zijn, te rationaliseren. Die rationalisering, gekoppeld aan het principe van schaalvoordelen, zal uiteindelijk een financiële winst opleveren, die met name gebruikt zal worden voor de aankoop van nieuw materieel in functie van de lokale behoeften.

Ten slotte zal de federale Staat op termijn alle meerkosten i.v.m. de hervorming op zich nemen, zoals vastgelegd in het regeerakkoord.

top

Wie gaat het nieuwe materieel betalen?

De zones zullen het nieuwe materieel aankopen op basis van de toegekende budgettaire middelen (zonale dotatie + federale dotatie).

top

Zal men het aantal kazernes verminderen? Zullen er kazernes verplaatst of gegroepeerd worden?

Neen, het is niet het voornaamste doel van de hervorming het aantal kazernes te verminderen. Er is echter geen situatie vastgelegd. Bij de oprichting van de hulpverleningszones zal er immers een risicoanalyse gebeuren. Op basis van die resultaten en de behoeften van de zones, is het echter niet ondenkbaar dat er groeperingen zullen plaatsvinden op basis van technische en operationele criteria. Dat is nu echter nog een veronderstelling.

top


Inspectie

Welke zijn de opdrachten van de Algemene Inspectie?

De wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid voorziet de oprichting van een Algemene Inspectie van de operationele diensten van de Civiele Veiligheid en regelt bepaalde werkingsprincipes ervan. Het werk van de inspectie zal grotendeels bestaan uit:

  • het controleren van de operationele diensten van de Civiele Veiligheid (hulpverleningszones + operationele eenheden van de Civiele Bescherming);
  • het controleren van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen;
  • het formuleren van adviezen en suggesties voor elke maatregel die de organisatie en de werking zou kunnen verbeteren;
  • het formuleren van adviezen en suggesties inzake brandvoorkoming.

De inspectie hangt rechtstreeks af van de Minister van Binnenlandse Zaken, waardoor zij de nodige onafhankelijkheid heeft bij de uitoefening van haar opdrachten. Zij zal optreden op basis van de principes inzake professionnalisme, onafhankelijkheid en objectiviteit. Zij zal streven naar een zo groot mogelijke transparantie in haar werkwijze.

De inspectie zal handelen op eigen initiatief, op bevel van de Minister, of nog op verzoek van de burgemeester, de gouverneur of de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de zoneoverheid of de zonecommandant, elkeen in het kader van zijn bevoegdheden.

Elke inspectie zal het voorwerp uitmaken van een verslag dat aan de verzoekende overheid en aan de voormelde overheden meegedeeld wordt. Wanneer zij een overtreding van de reglementering vaststelt, zal zij de termijn waarbinnen die overtreding hersteld moet worden, preciseren.

top

Wat zal het werkterrein van de inspectie zijn?

De wet bepaalt dat de Algemene Inspectie de operationele diensten inzake hulpverlening aan de bevolking controleert. Dat impliceert een brede waaier aan opdrachten. De controle kan betrekking hebben op alle aspecten van een hulpdienst (materieel, personeel en naleving van de wetteksten).

top